Wratten

Wratten worden veroorzaakt door een infectie met het humaan papilloma virus (HPV). Via kleine wondjes raakt de huid geïnfecteerd met het virus. De overdracht van het virus vindt waarschijnlijk meer thuis plaats dan via zwembaden of sportzalen. Van alle wratten verdwijnt zonder behandeling ongeveer de helft van de wratten binnen een jaar en twee derde binnen twee jaar. Wratten bij volwassenen die al langer bestaan en bij mensen met een verminderde weerstand verdwijnen minder snel spontaan en zijn minder gevoelig voor behandeling. Het behandelen van wratten wordt alleen aanbevolen als deze klachten veroorzaken. De behandeling geeft vaak meer klachten dan de wratten zelf.

 

Wat kan je zelf doen?

Wratten zijn besmettelijk. Als je één wrat hebt, kun je er meer krijgen. Peuter of bijt niet aan de wrat, daarmee verklein je de kans dat er meer wratten bij komen.

Afwachten:

Wratten zijn niet gevaarlijk. De meeste verdwijnen vanzelf weer zonder littekenvorming. Als de wrat geen of weinig klachten geeft, kan je prima wachten.

Zelf aanstippen:

Er zijn allerlei middelen te koop zonder recept, die je op de wrat kunt smeren of waarmee je deze kunt aanstippen. Uit onderzoek blijkt dat deze middelen waarschijnlijk niet helpen, maar ze hebben ook geen nadelen.

Let op: Gebruik geen middelen tegen wratten met monochloorazijnzuur (MCA) en trichloorazijnzuur (TCA) erin. Deze zuren kunnen blaren of brandwonden geven als je ze niet goed gebruikt.

 

Wanneer overleg je met de huisarts?

Als de wrat op een vervelende plek zit of klachten geeft, kan je in overleg met de huisarts een behandeling proberen.

Je kunt een recept krijgen voor een zalf: Salicylzuurzalf 40%, deze smeer je zelf op de wrat ‘s avonds voor het slapen gaan. Belangrijk is dat je de gezonde huid rondom de wrat beschermt met vaseline of met een pleister. Dit doe je elke avond tot de wrat is verdwenen, tot maximaal 12 weken.

Als je een pleister gebruikt knip je een gat in een pleister, zodat de wrat er precies doorheen steekt, in geval van vaseline smeer je vaseline op de gezonde huid. Daarna smeer je de salicylzuurzalf op de wrat en dekt deze af met een pleister. De volgende ochtend verwijder je de pleister, de wrat is zacht geworden. Vijl het zachte laagje voorzichtig weg met een (wegwerp!)vijltje.

Als de huid rondom de wrat toch kapotgaat, kan je nog proberen om de zalf om de dag te smeren. Hertelt de huid alsnog niet, overleg dan met de huisarts of een lichtere zalf een optie is.

De wrat aanstippen met stikstof (bevriezing):

Vijl de wrat van tevoren zo veel mogelijk vlak met een (wegwerp!)vijltje. De huisarts of assistente gebruikt vloeibare stikstof om de wrat te bevriezen, dit geeft een brandend gevoel en pijn. Het aanstippen duurt ca. 10 seconden en wordt daarna in principe nog een tweede keer herhaald. De ergste pijn is na het aanstippen vaak wel snel afgenomen.

Meestal ontstaat er in de dagen na het aanstippen een blaar, deze verdwijnt na één week spontaan.

De behandeling kan worden herhaald als de wrat niet (volledig) verdwijnt.

Als de wrat na drie maanden nog niet weg is, wordt de behandeling gestopt.

In sommige gevallen wordt de behandeling met de salicylzuurzalf en stikstof gecombineerd.